25 miljoen euro voor meer en beter toegankelijke sportinfrastructuur

Actualiteit
Appel à projets 2023 pour plus d'infrastructures sportives, plus accessibles

Op voorstel van Bernard Clerfayt, de Brusselse minister bevoegd voor de gemeentelijke sportinfrastructuur, lanceert het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een nieuwe projectoproep voor de 19 gemeenten om het aanbod van sportinfrastructuur uit te breiden en te optimaliseren. De gemeenten hebben tot 10 september 2023 de tijd om hun projecten in te dienen.

Toegankelijkheid en spreiding van sportfaciliteiten

Een selectiecriterium wordt doorslaggevend: de investering gebeurt in een van de wijken die minder goed bedeeld zijn op het gebied van sportinfrastructuren.

Daartoe zal prioriteit worden gegeven aan projecten voor de bouw, renovatie, uitbreiding, reconversie of aankoop van sportvoorzieningen in wijken die minder goed bedeeld zijn op het vlak van infrastructuur. Een wijk wordt als minder goed bedeeld beschouwd als ze in vergelijking met andere wijken in het Gewest weinig sportvoorzieningen heeft.

Twee andere selectiecriteria vervolledigen de selectieprocedure van de projecten:

  • De infrastructuur heeft een supralokaal belang, waardoor de behoeften onder elkaar verdeeld kunnen worden. De modaliteiten inzake organisatie werden overlegd met een of meer gemeenten.
  • De gemeente verbindt zich ertoe een geharmoniseerd tarief toe te passen voor alle Brusselaars, onafhankelijk van de gemeente waarin ze wonen.

"Projecten die voldoen aan diverse indicatoren, zoals het verbeteren van de energieprestaties van de infrastructuur, het verbeteren van de toegankelijkheid van deze voorzieningen voor personen met een handicap of nog het uitbreiden van de openingsuren – voor 8u00 en na 19u00 –, kunnen in aanmerking komen voor verhoogde subsidies", licht de Brusselse minister toe.

Tegemoetkomen aan groeiende vraag

Gymnastiek, voetbal, atletiek, maar ook parkour, gewichtheffen of tai chi, Brussel biedt talloze mogelijkheden om een sport te beoefenen.

Toch is het duidelijk dat er, gezien de demografische druk, niet voldoende infrastructuur is om aan de vraag te voldoen en dat sportclubs vaak al voor het begin van het seizoen vol zitten. Sporten is echter een belangrijke kwestie.  “Sport is een echte vector voor socialisatie, federalisering, opvoeding en persoonlijke ontwikkeling, draagt bij tot een goede algemene gezondheid, stimuleert het zelfvertrouwen en brengt waarden bij die essentieel zijn voor het samenleven. Sportbeoefening moet een recht worden”, aldus Bernard Clerfayt.

25 miljoen voor meer sportinfrastructuur in het Brussels Gewest

Persbericht

Op voorstel van Bernard Clerfayt, de Brusselse minister bevoegd voor de gemeentelijke sportinfrastructuur, heeft de Brusselse Regering ingestemd met het uitschrijven van een nieuwe projectoproep voor gemeenten om het aanbod van sportinfrastructuur te vergroten. Het doel is alle Brusselaars de mogelijkheid te bieden om dicht bij huis aan sport te doen.

Gymnastiek, voetbal, atletiek, maar ook parkour, gewichtheffen of tai chi, Brussel biedt talloze mogelijkheden om een sport te beoefenen.

Toch is het duidelijk dat er, gezien de demografische druk, niet voldoende infrastructuur is om aan de vraag te voldoen en dat sportclubs vaak al voor het begin van het seizoen vol zitten. Sporten is echter een belangrijke kwestie.  Sport is een echte vector voor socialisatie, federalisering, opvoeding en persoonlijke ontwikkeling, draagt bij tot een goede algemene gezondheid, stimuleert het zelfvertrouwen en brengt waarden bij die essentieel zijn voor het samenleven. Sportbeoefening moet een recht worden, aldus Bernard Clerfayt.

Daarom lanceert het Brussels Gewest op voorstel van Bernard Clerfayt een nieuwe projectoproep voor de 19 Brusselse gemeenten, met één belangrijk selectiecriterium: de investering moet plaatsvinden in een van de wijken die minder goed bedeeld zijn op het gebied van sportinfrastructuren.

Daartoe zal prioriteit worden gegeven aan projecten voor de bouw, renovatie, uitbreiding, reconversie of aankoop van sportvoorzieningen in wijken die minder goed bedeeld zijn op het vlak van infrastructuur. Een wijk wordt als minder goed bedeeld beschouwd als ze in vergelijking met andere wijken in het Gewest weinig sportvoorzieningen heeft.

De selectie van projecten is ook gebaseerd op twee andere criteria:

  • De infrastructuur heeft een supralokaal belang, waardoor de behoeften onder elkaar verdeeld kunnen worden. De modaliteiten inzake organisatie werden overlegd met een of meer gemeenten.
  • De gemeente verbindt zich ertoe een geharmoniseerd tarief toe te passen voor alle Brusselaars, onafhankelijk van de gemeente waarin ze wonen.

"Projecten die voldoen aan diverse indicatoren, zoals het verbeteren van de energieprestaties van de infrastructuur, het verbeteren van de toegankelijkheid van deze voorzieningen voor personen met een handicap of nog het uitbreiden van de openingsuren – voor 8u00 en na 19u00 –, kunnen in aanmerking komen voor verhoogde subsidies", licht de Brusselse minister toe.

De gemeenten hebben tot 10 september 2023 de tijd om hun projecten in te dienen.

Meer info?
Pauline Lorbat – 0485 89 47 45

Gemeentelijke vzw’s in Brussel zullen beter gecontroleerd worden

Actualiteit
De gemeentelijke vzw’s komen vaak tegemoet aan sociale noden

De Commissie voor de Binnenlandse Zaken heeft haar goedkeuring gehecht aan het ontwerp van ordonnantie van Bernard Clerfayt, de Brusselse minister van Plaatselijke Besturen, dat het mogelijk maakt de controle op de gemeentelijke vzw’s te versterken en te verbeteren.

Het controleniveau

Deze hervorming is gebaseerd op twee beginselen. Het eerste controleniveau van een gemeentelijke vzw is de gemeente zelf. Het is immers aan de gemeente om zich ervan te vergewissen dat de vzw die ze opgericht heeft, de geldende wetgeving en de beginselen van goed bestuur naleeft. Niettemin gaat voor sommige vzw’s het belang van toezicht verder dan het gemeentelijke niveau, vanwege de aard van de akte, de auteur ervan of de bedragen in kwestie.

De omvang van de gemeentelijke vzw

Bijgevolg wordt een onderscheid gemaakt op basis van de omvang van de vzw’s: “micro-”, “kleine” en “grote” vzw’s. Van de 120 vzw’s die het Brussels Gewest telt, zijn er 78 een micro-vzw (maximaal 10 werknemers), 38 een kleine vzw (maximaal 50 werknemers) en 4 een grote vzw.

Alle vzw’s zullen de fundamentele en oprichtingsakten van een vzw, die het grootste risico vormen voor hun financiële situatie, aan de Regering moeten bezorgen: de statuten en de wijzigingen ervan, het beheerscontract en de wijzigingen daarvan, alsook de jaarrekeningen.

De kleine vzw’s zullen eveneens alle documenten met betrekking tot overheidsopdrachten van meer dan 175.000 euro en degene in verband met hun concessies voor werken en diensten moeten overmaken, alsook een lijst met de door hun beheersorganen goedgekeurde akten.

Wat de grote vzw’s betreft: zij zijn aan dezelfde verplichtingen onderworpen als de micro- en kleine vzw’s, maar zij moeten ook de akten tot intrekking of rechtvaardiging van een opgeschorte akte; de akten van de algemene vergadering; de overeenkomsten; het aangaan van leningen en de verwerving of de vervreemding van eigendomsrechten of zakelijke rechten op onroerende goederen bezorgen. De 4 desbetreffende vzw’s, die horen bij de Stad Brussel, zijn GIAL, Brussels Expo, BME en Bravvo.

Geüpdatete lijsten

Om de controle op de vzw’s te vergemakkelijken, zullen de gedetailleerde lijsten opgesteld door de kleine en grote vzw’s met betrekking tot de akten die ze hebben goedgekeurd, overigens eveneens worden overgemaakt aan de gemeente om controle door het gemeentelijke korps te kunnen waarborgen.

“Er verandert niets voor de grote vzw’s. Dankzij deze onderverdeling zal het toezicht eindelijk uitgeoefend kunnen worden: het zal gemakkelijker zijn om de risico’s te bepalen en indien nodig in te grijpen. Brussel Plaatselijke Besturen zal trouwens, om de transparantie te verzekeren, jaarlijks een geüpdatete lijst met de gemeentelijke vzw’s publiceren”, besluit de DéFI-minister.

Gemeentelijke vzw’s in Brussel zullen beter gecontroleerd worden

Persbericht

De Commissie voor de Binnenlandse Zaken heeft haar goedkeuring gehecht aan het ontwerp van ordonnantie van Bernard Clerfayt, de Brusselse minister van Plaatselijke Besturen, dat het mogelijk maakt de controle op de gemeentelijk vzw’s te versterken en te verbeteren.

Iedereen herinnert zich nog het politiek-financiële schandaal bij Samusocial. Om te vermijden dat zoiets ooit nog zou kunnen gebeuren, had het Gewest heel strikte, te strikte, bakens goedgekeurd en ingevoerd waardoor de controle op de gemeentelijke vzw’s uiteindelijk ondoeltreffend en inefficiënt werd: administratieve overbelasting, te korte controletermijn, etc.

“Onder de emotie van de verschillende schandalen had de vorige wetgever omvangrijke maatregelen genomen naar aanleiding van de aan het licht gebrachte feiten. In de praktijk kan en moet de controle op de gemeentelijke vzw’s evenwel verbeterd worden”, stelt Bernard Clerfayt.

Om die reden heeft de Brusselse minister bevoegd voor de Plaatselijke Besturen een nieuwe ordonnantie voorgesteld die het mogelijk maakt de controle op de gemeentelijke vzw’s te versterken.

Deze hervorming is gebaseerd op twee beginselen. Het eerste controleniveau van een gemeentelijke vzw is de gemeente zelf. Het is immers aan de gemeente om zich ervan te vergewissen dat de vzw die ze opgericht heeft, de geldende wetgeving en de beginselen van goed bestuur naleeft. Niettemin gaat voor sommige vzw’s het belang van toezicht verder dan het gemeentelijke niveau, vanwege de aard van de akte, de auteur ervan of de bedragen in kwestie.

Bijgevolg wordt een onderscheid gemaakt op basis van de omvang van de vzw’s: “micro-”, “kleine” en “grote” vzw’s. Van de 120 vzw’s die het Brussels Gewest telt, zijn er 78 een micro-vzw (maximaal 10 werknemers), 38 een kleine vzw (maximaal 50 werknemers) en 4 een grote vzw.

Alle vzw’s zullen de fundamentele en oprichtingsakten van een vzw, die het grootste risico vormen voor hun financiële situatie, aan de Regering moeten bezorgen: de statuten en de wijzigingen ervan, het beheerscontract en de wijzigingen daarvan, alsook de jaarrekeningen.

De kleine vzw’s zullen eveneens alle documenten met betrekking tot overheidsopdrachten van meer dan 175.000 euro en degene in verband met hun concessies voor werken en diensten moeten overmaken, alsook een lijst met de door hun beheersorganen goedgekeurde akten.

Wat de grote vzw’s betreft: zij zijn aan dezelfde verplichtingen onderworpen als de micro- en kleine vzw’s, maar zij moeten ook de akten tot intrekking of rechtvaardiging van een opgeschorte akte; de akten van de algemene vergadering; de overeenkomsten; het aangaan van leningen en de verwerving of de vervreemding van eigendomsrechten of zakelijke rechten op onroerende goederen bezorgen. De 4 desbetreffende vzw’s, die horen bij de Stad Brussel, zijn GIAL, Brussels Expo, BME en Bravvo.

Om de controle op de vzw’s te vergemakkelijken, zullen de gedetailleerde lijsten opgesteld door de kleine en grote vzw’s met betrekking tot de akten die ze hebben goedgekeurd, overigens eveneens worden overgemaakt aan de gemeente om controle door het gemeentelijke korps te kunnen waarborgen.

“Er verandert niets voor de grote vzw’s. Dankzij deze onderverdeling zal het toezicht eindelijk uitgeoefend kunnen worden: het zal gemakkelijker zijn om de risico’s te bepalen en indien nodig in te grijpen. Brussel Plaatselijke Besturen zal trouwens, om de transparantie te verzekeren, jaarlijks een geüpdatete lijst met de gemeentelijke vzw’s publiceren”, besluit de DéFI-minister.

Meer info?
Pauline Lorbat – 0485 89 47 45

Hoge inflatie: Brussels Gewest maakt 14 miljoen euro vrij voor gemeenten

Actualiteit
Hoge inflatie: Brussels Gewest maakt 14 miljoen euro vrij voor gemeenten

Op voordracht van de Brusselse minister van Plaatselijke Besturen, Bernard Clerfayt, heeft de Brusselse Regering de toekenning van een uitzonderlijke subsidie voor de 19 gemeenten goedgekeurd om hen te ondersteunen bij de hoge inflatie. De algemene dotatie aan de plaatselijke besturen zal aldus met 5,5% geïndexeerd worden, in plaats van de gebruikelijke 2%, wat het mogelijk maakt om een bedrag van 14 miljoen euro vrij te maken.

Met de hoge inflatie en de exponentiële bedragen op de energiefacturen wordt de situatie erg moeilijk voor de gemeenten. Zij moeten immers de gevolgen van de crisis op het terrein bestrijden en tegelijkertijd hun opdrachten blijven uitvoeren met een bijna lege kas.

“Het Planbureau voorziet een jaarlijks inflatiepercentage van 9,3%. Het is dus onze plicht om de plaatselijke besturen zo veel mogelijk te ondersteunen. Deze maatregel is uitzonderlijk en tijdelijk”, verklaart de Brusselse minister van Plaatselijke Besturen, Bernard Clerfayt.

Hoge inflatie: Brussels Gewest maakt 14 miljoen euro vrij voor gemeenten

Persbericht

Op voordracht van de Brusselse minister van Plaatselijke Besturen, Bernard Clerfayt, heeft de Brusselse Regering de toekenning van een uitzonderlijke subsidie voor de 19 gemeenten goedgekeurd om hen te ondersteunen bij de hoge inflatie. De algemene dotatie aan de plaatselijke besturen zal aldus met 5,5% geïndexeerd worden, in plaats van de gebruikelijke 2%, wat het mogelijk maakt om een bedrag van 14 miljoen euro vrij te maken.

Met de hoge inflatie en de exponentiële bedragen op de energiefacturen wordt de situatie erg moeilijk voor de gemeenten. Zij moeten immers de gevolgen van de crisis op het terrein bestrijden en tegelijkertijd hun opdrachten blijven uitvoeren met een bijna lege kas.

In deze toch bijzondere context heeft de Brusselse minister van Plaatselijke Besturen, Bernard Clerfayt, beslist te reageren door de indexering van de algemene dotatie aan de gemeenten voor 2023 te verhogen van 2 tot 5,5%. Het vrijgemaakte totaalbedrag bedraagt 14 miljoen euro, wat een aanzienlijke, maar noodzakelijke budgettaire inspanning is voor het Gewest in deze moeilijke tijden.

“Het Planbureau voorziet een jaarlijks inflatiepercentage van 9,3%. Het is dus onze plicht om de plaatselijke besturen zo veel mogelijk te ondersteunen. Deze maatregel is uitzonderlijk en tijdelijk”, verklaart de Brusselse minister van Plaatselijke Besturen, Bernard Clerfayt.

Meer info?
Pauline Lorbat – 0485 89 47 45

Wedde van zieke burgemeester beperkt tot 3 maanden

Persbericht

Op voorstel van Bernard Clerfayt, de Brusselse minister van Plaatselijke Besturen, moet het Brussels Parlement keuren het ontwerp van ordonnantie goed tot regeling van de wedde van burgemeesters en schepenen bij ziekte. Het is gedaan met de wedde van onbepaalde duur voor een zieke burgemeester: deze wordt beperkt tot 3 maanden.

In november 2020 trok Stéphane Roberti, de toenmalige burgemeester van Vorst, zich terug uit het actieve politieke leven. Een paar maanden later diende hij een eerste medisch attest in. En er volgden er nog. Hierdoor kon hij, zoals aangegeven in de Nieuwe Gemeentewet, zijn volledige wedde als burgemeester blijven ontvangen.

Deze situatie heeft de incoherentie van het huidige systeem aan het licht gebracht: een zieke burgemeester ontvangt zijn volledige wedde en de waarnemend burgemeester blijft zijn wedde van schepen ontvangen. Het raadslid dat op zijn beurt de schepen vervangt, heeft evenmin recht op de wedde van schepen zolang de schepen zelf geen recht heeft op de wedde van burgemeester.

Deze discriminatie met cascade-effect, ongekend in het Brussels Gewest, heeft de Brusselse uitvoerende macht ertoe aangezet om de geldende wetgeving betreffende de verhindering of afwezigheid van lokale uitvoerende mandatarissen te herzien.

Vandaag kan een zieke burgemeester zijn wedde voor onbepaalde tijd blijven ontvangen. Straks is dat niet meer het geval. Het ontwerp van ordonnantie heeft tot doel de wedde van de burgemeester met een medisch attest te beperken tot drie maanden.

Met andere woorden, de burgemeester wiens afwezigheid wordt gedekt door een medisch attest, ontvangt zijn wedde voor maximaal drie maanden. Dan valt de mandataris onder het voor hem geldende socialezekerheidsstelsel. De waarnemend burgemeester ontvangt de aan de functie gekoppelde wedde pas na het verstrijken van de onafgebroken periode van drie maanden.

Momenteel ontvangt de zieke burgemeester zijn wedde voor onbepaalde tijd, terwijl zijn vervanger, die de functie daadwerkelijk vervult, zijn wedde niet ontvangt. Het is tijd om een oude bepaling te wijzigen en een evenwichtig kader te scheppen dat voorziet in de vervanging van de langdurig zieke burgemeester na drie maanden”, besluit Bernard Clerfayt.

In Wallonië worden twee weddes uitbetaald (aan de zieke burgemeester en aan zijn vervanger), terwijl in Vlaanderen de mandataris vanaf de eerste dag van zijn ziekte niets meer ontvangt.

Meer info?

Pauline Lorbat – 0485 89 47 45